Werkgeversbegrip
Tot voor kort werd het werkgeversbegrip in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) zeer ruim uitgelegd. Zo werd niet alleen degene die de werknemer feitelijk arbeid liet verrichten als werkgever aangemerkt, maar ook degene die van de illegaal verrichte arbeid profijt had gehad, deze mogelijk had gemaakt of die er niet alles aan had gedaan om deze te verhinderen. Het kwam er zo ongeveer op neer dat, wanneer je voor je bedrijf naar de bakker om koeken voor bij de koffie ging, je eerst zou moeten controleren of die bakker geen illegalen in dienst heeft. Geen geruststellende gedachte bij de hoge boetes die illegale tewerkstelling met zich meebrengt.
De wetgever heeft beoogd een ruim werkgeversbegrip te hanteren, met name om schijnconstructies tegen te gaan. Maar, zo zegt de hoogste nationale bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat biedt echter geen grond voor het standpunt dat in het zakelijke verkeer iedere afnemer van een willekeurig product of een willekeurige dienst, ongeacht relevante feitelijke of juridische aanknopingspunten, als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt, indien blijkt dat er bij de betreffende producent of leverancier vreemdelingen werkzaam zijn geweest.
Het ging in die zaak om een Bulgaar zonder tewerkstellingsvergunning die bij een autoschoonmaakbedrijf auto’s reinigde. Een autoleasebedrijf liet teruggekomen auto’s daar eerst schoonmaken voordat ze werden doorverkocht.
Wat die relevante feitelijke of juridische aanknopingspunten zijn, zegt de Afdeling niet, maar het lijkt voor de hand te liggen dat er een relatie met het tegengaan van schijnconstructies moet liggen. Het is in ieder geval nuttig om in gedachten te houden dat het werkgeversbegrip toch minder ruim is als werd gedacht en door de minister van sociale zaken en werkgelegenheid wordt voorgestaan.


